| Leermethoden |
|
Doelstelling Evenals de ouders willen de leerkrachten dat kinderen zelfstandig en gelukkig worden, dat zij hun weg vinden in het onderwijs en dat zij zich later staande kunnen houden in de maatschappij. Ook dat zij datgene gaan doen wat bij hun capaciteiten past en dat zij plezierige en goede burgers worden. Wij willen de kinderen “leren leven als een echt mens”. Hiermee bedoelen wij: kinderen leren om nu en later vorm te geven aan hun zorg en respect voor de medemens en aan hun verantwoordelijkheid voor de leefomgeving. Werkwijze Er wordt gewerkt met de methode “Kinderen en … omgaan met waarden en normen”. Dit is een lesprogramma voor de onderbouw, de middenbouw en de bovenbouw. Het werken in de kleutergroepen Wij werken in de kleuterbouw met thema’s. De thema’s zijn terug te vinden in alle werkvormen: de kring, de verwerkingsopdrachten, de hoeken en de thematafel. Dit zorgt ervoor dat de activiteiten meer betekenis krijgen en daardoor zinvoller zijn. Er is ook een rekenhoek, een taalhoek, een klankkast, een ontdekhoek, een schrijf/stempelhoek en een leeshoek. De kinderen hebben veel keuzemogelijkheden in wat en waarmee ze zelfstandig aan de gang kunnen. Daarnaast moeten de kinderen bepaalde opdrachten doen om iets specifieks te oefenen of om meer uitgedaagd te worden. We proberen de kinderen een hele rijke leeromgeving aan te bieden zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. We volgen de ontwikkeling van de kinderen via ons volgmodel KIJK. We werken ook volgens de doelen van KIJK. Hierdoor komt elk ontwikkelingsgebied aan bod: Taaldoelen, rekendoelen, motorische doelen, spelen, werken, tekenen en de sociaal emotionele ontwikkeling. Omdat we volgens KIJK werken bieden we onderwijs aan op maat. Hierdoor hoeft het niet zo te zijn dat alle kinderen van groep 1 of 2 hetzelfde werkje doen. We halen onze ideeën en inspiratie uit methodes als: Ik en Ko, Schatkist, Rekenrijk, Piramide en de Leeslijn en van internet en uit nog vele andere bronnenboeken. Taal Voor het taalonderwijs op onze school gebruiken wij vanaf groep 4 de methode “Taalleesland”. Het is een methode waarin taal, begrijpend en studerend lezen volledig geïntegreerd zijn. In de luister- en spreeklessen worden de communicatieve vaardigheden aangeleerd. Tijdens de leeslessen leren de leerlingen leesstrategieën als globaal, nauwkeurig en voorspelbaar lezen. In de methode komen de volgende taal/leesonderdelen aan de orde: Leesbeleving: Spelling: Stellen: Taalbeschouwing: Toepassen: Woordbegrip: Woordenschat: Lezen Voorbereidend lezen Het doel van voorbereidend lezen is: Kinderen nieuwsgierig maken naar geschreven en gedrukte taal, door ze op een uitdagende manier ermee te laten experimenteren. Dit vindt plaats in de kleuterperiode. We werken volgens de tussendoelen van de beginnende geletterdheid. De methode “Ik en Ko” besteedt hier veel aandacht aan. Bij deze methode horen ook verschillende ontwikkelingsmaterialen (rijmspelletjes, klanksorteerspelletjes, puzzels). Daarnaast gebruiken we materialen zoals het flanelbord met flanelletters, stempeldozen en de klankkast. Ook maken de kinderen taal/leesopdrachten die verzameld worden in een werkboek. Daarnaast wordt elke 2 weken een nieuwe letter geïntroduceerd. Aanvankelijk lezen In groep drie wordt voor het aanvankelijk technisch lezen de methode “Veilig leren lezen” gebruikt. Voor een kind is het leren lezen een weg, die het op zijn eigen wijze moet afleggen. In het begin van groep drie worden er, aan de hand van gegevens van de kleuterleerkrachten en een instaptoets, 3 groepen gemaakt, die allen op hun eigen niveau leren lezen. Door structureerwoorden te hakken (analyse) en te plakken (synthese) leren kinderen: De vorderingen van de leerlingen worden door middel van leestoetsen bijgehouden. Naast het leren lezen wordt er ook aandacht besteed aan: Voortgezet technisch lezen Vanaf groep 4 werken we met de leesmethode “Estafette”, waarbij het kind op zijn eigen leesniveau instructie krijgt. Daarnaast wordt er in tweetallen gelezen, het z.g. duo-lezen. Ook doen we aan leespromotie, d.m.v. boekbespreking, voordrachtslezen, stillezen, voorlezen, forumlezen en de leeskring. Bovendien besteden we in de kinderboekenweek uitgebreid aandacht aan het kinderboek. De leerlingen worden 3 keer per jaar getoetst. Begrijpend lezen Begrijpend /studerend lezen zien we als een belangrijk onderdeel van het taalleesonderwijs. Immers bij alle vakken zul je veel informatie uit teksten moeten halen. Op onze school wordt vanaf het eerste begin van het leesonderwijs in groep 3 aandacht geschonken aan het verkrijgen van tekstbegrip. Kinderen moeten leren hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden en de essentie van een tekst kunnen begrijpen. In groep 3 gebeurt dit aan de hand van de methode “Veilig leren lezen” en in de groepen 4 t/m 8 aan de hand van de methode “Taalleesland”. De vorderingen worden jaarlijks gemeten met de Cito-toets voor begrijpend lezen. Rekenen Voor rekenen gebruiken we de methode “Rekenrijk”, vanaf groep 1 t/m 8. We hebben gekozen voor deze methode omdat ze mogelijkheden biedt tot differentiatie d.w.z. het afstemmen van de leerstof op de goede en minder goede rekenaar. Voor de goede rekenaar wordt gebruik gemaakt van een routeboekje en verdiepingsmaterialen. Voor de minder goede rekenaar zijn er speciale hulpprogramma’s. Regelmatig worden de leerlingen getoetst. Aan de hand van de resultaten wordt bekeken of de leerling in aanmerking komt voor extra instructie of zelfstandig kan werken aan de extra oefenlessen of verrijkingslessen. In de kleutergroepen wordt er eenmaal in de week een rekenkring gehouden. Tevens krijgen de kinderen rekenopdrachten in de werkles, bijvoorbeeld: een telwerkblad, mozaïekfiguur plakken of een reeksenrij maken. Ook wordt er gebruik gemaakt van het computerprogramma van “Rekenrijk”. Verder wordt bij de thema’s vaak gewerkt met de methodes “Ik en Ko” en “Schatkist rekenen”, waarbij begrippen als meer/minder, hoog/laag en onder/boven aangeboden worden. Ook zit er bij elk thema een gezelschapsspel waarin tellen en kleuren op een speelse manier aan de orde komen. Schrijven Voor het schrijven op onze school maken we gebruik van de methode “Schrijven in de basisschool”. Groep 1/2 Het doel van voorbereidend schrijven is dat de grove en fijne motoriek en de oog-handcoördinatie worden ontwikkeld. Wij gebruiken hiervoor de volgende middelen: De oudste kleuters, uit groep 2, werken met een voorbereidend schrijfschrift, waarin de fijne motoriek wordt geoefend m.b.v. schrijfpatronen. Dit schrift is tevens een observatiemiddel voor de leerkracht. Groep 3 Het doel van het schrijven in groep 3 is het aanleren van schrijfpatronen, cijfers, kleine letters en letterverbindingen. Wij gebruiken schrijfschriften, liedjes, verschillende bewegingsspelletjes, letter/cijferkaarten en een individuele richtingkaart voor rechts- of linkshellend schrift. Groep 4 Het doel van het schrijven in deze groep is het verdiepen en uitbreiden van letterverbindingen, het aanleren van hoofdletters en het toepassen hiervan. De lessen beginnen met fijne motoriekspelletjes waarna de kinderen in het schrijfschrift schrijven. Groep 5 t/m 8 Het doel van het schrijven hier is het verder technisch inoefenen van het schrift. De kinderen leren blokschrift en sierschrift. Ook de leesbaarheidscontrole van het geschrevene krijgt de nodige aandacht, het bevorderen van het eigen handschrift en het kritisch kijken naar het eigen werk. Zaakvakken Onder zaakvakken verstaan we de vakken die betrekking hebben op het overdragen van de wat meer zakelijke kennis zoals geschiedenis, aardrijkskunde en natuurkennis. De lessen maken in de groepen 1 t/m 4 deel uit van het vak wereldoriëntatie. In de groepen 5 t/m 8 zijn het afzonderlijke vakgebieden. Geschiedenis: Het doel van het geschiedenisonderwijs is dat de kinderen personen, culturen en ontwikkelingen in de tijd kunnen plaatsen. Daarvoor moeten ze vaardigheden aanleren in het ordenen van tijd en moeten ze de begrippen "heden, verleden en toekomst" kennen en ook de onderlinge samenhang tussen deze begrippen leren zien. Verder besteden wij, in de vorm van projecten, aandacht aan omgevingsonderwijs (erfgoededucatie). Methode groep 1/2: Kinderen doen ervaringen op d.m.v. thema’s m.b.v. platen, levend materiaal en verwerkingsstof. Aardrijkskunde: Het doel van het aardrijkskundeonderwijs is dat de kinderen kennismaken met een groot aantal topografische namen in Nederland, Europa en de overige werelddelen. De kinderen leren inzicht te krijgen in de leefomgeving van hun streek, land, werelddeel, de wereld als geheel en de onderlinge samenhang daartussen. De kinderen maken kennis met de invloed van de mens op zijn natuurlijke omgeving. Methode groep 1/2: Kinderen doen ervaringen op d.m.v. thema’s m.b.v. platen, levend materiaal en verwerkingsstof. Natuurkennis: Het doel van het natuuronderwijs is de kinderen inzicht te geven in de samenhang tussen de levende en de niet-levende natuur. De kinderen laten kennismaken met hun natuurlijke leefomgeving. De kinderen leren zorg te dragen voor de instandhouding van de natuur. Ook de gezondheidseducatie maakt deel uit van deze lessen. Controle van de vorderingen vindt plaats d.m.v. schriftelijke en mondelinge verwerkingen en overhoringen. Aan het einde van de basisschool maken de leerlingen van groep 8 ook het onderdeel “Wereldoriëntatie” van de Cito-eindtoets. Dit onderdeel is niet verplicht, maar wij maken er graag gebruik van omdat het ons de mogelijkheid biedt na te gaan of ons onderwijsaanbod voldoende is geweest. Methode groep 1/2: Kinderen doen ervaringen op d.m.v. thema’s m.b.v. platen, levend materiaal en verwerkingsstof. Documentatiecentrum Aangezien in het documentatiecentrum veel informatie via het internet verkregen wordt, hebben wij voorafgaand aan het maken van werkstukken de computercursus “Basisbits” ingeroosterd vanaf groep 4. Dit programma leert de kinderen alle vaardigheden die nodig zijn om via de computer een werkstuk te kunnen maken en presenteren. Verder vinden wij het belangrijk dat de kinderen informatie halen uit boeken en daarom is er ook een ruime hoeveelheid boeken aanwezig. Deze voorraad wordt jaarlijks aangevuld. Verkeer Het verkeersonderwijs is erop gericht om kinderen op een goede wijze te leren omgaan met het verkeer. Belangrijk hierbij is dat het verkeersonderwijs aansluit bij de rol die het kind op zijn leeftijd speelt in het verkeer. De kleutergroepen besteden aandacht aan het verkeersonderwijs door middel van projecten. In groep 3 gebruiken we de methode “Rondje Verkeer”, in groep 4 “Op Stap”, in groep 5 “Op voeten en fietsen” en in de groepen 6 en 7 de “Jeugd Verkeerskrant” van Veilig Verkeer Nederland. De kinderen leren hoe zij moeten handelen in verschillende verkeerssituaties, d.m.v. werkboekjes, oefenen op straat, praatplaten en liedjes. In groep 7 werken we tevens met “Proefexamens”, een methode die de kinderen voorbereidt op het schriftelijk en praktisch fietsexamen. Engels Voor het vak Engels in de groepen 7 en 8 gebruiken wij de methode “Hello World”. Het is een methode met een grote variatie aan oefenstof. Ter verdieping van de Engelse taal gebruiken we naast “Hello World”, de Cdrom methode “Leer Engels”. Het belangrijkste doel is het ontwikkelen van vaardigheden bij de leerlingen om de Engelse taal op een eenvoudig niveau te gebruiken als communicatiemiddel. Muziek Het doel van de muzikale vorming is de kinderen in contact te brengen met muziek, zodat ze: In groep 1 t/m 8 wordt de methode “Moet je doen – Muziek” gebruikt. De methode heeft als uitgangspunt: klank, vorm en betekenis. De school beschikt over een eigen schoolorkest, bestaande uit leerlingen en leerkrachten, dat muzikale medewerking verleent aan diverse vieringen en activiteiten.
Tekenen Het doel van tekenen is om: Om deze doelen te bereiken is het nodig dat je leert omgaan met verschillende materialen en technieken. Bovendien wordt het werk van anderen bekeken en besproken. We gebruiken hiervoor de methode “Moet je doen – Tekenen”. In deze methode komt groepswerk en individueel werk aan de orde. Er wordt aandacht besteed aan beeldaspecten zoals: vorm, contrast, compositie, ruimte, licht, textuur, kleur en lijn. In de aula van de school bevindt zich een groot prikbord waarop alle klassen bij toerbeurt het gemaakte werk tentoonstellen. Handvaardigheid Het doel van handvaardigheid is om: Om deze doelen te bereiken leert het kind om te gaan met bepaalde materialen, gereedschappen en technieken. Als methode gebruiken wij hiervoor “Moet je doen – Handvaardigheid”. Textiel is een onderdeel van handvaardigheid, waarbij applicatie-, borduur- en sjabloneertechnieken aan de orde komen. In de vitrinekasten bij de entree van de school presenteren de klassen bij toerbeurt werk dat zij tijdens de lessen handvaardigheid hebben gemaakt. Drama Het doel van drama op school is om kinderen de expressieve mogelijkheden van stem, taal, houding, beweging en mimiek te leren en deze toe te passen. Een hoger doel daarbij is het ontwikkelen van de eigen persoonlijkheid. Als methode gebruiken we hiervoor “Moet je doen - Drama”. Dans De algemene insteken van dans zijn de lichamelijke ontwikkeling van de grove en fijne motoriek, het lichaamsbewustzijn, bevorderen van coördinatie en concentratie, gevoel voor muziek, ruimtelijke ontwikkeling en het stimuleren van de fantasie, inlevingsvermogen en de samenwerking tussen onze rechter en linker hersenhelft. Door alleen of samen met anderen opdrachten uit te voeren leren de kinderen ervaringen, ideeën, gevoelens en gebeurtenissen in dans te uiten en vorm te geven en krijgen ze greep op hun eigen dansmogelijkheden. Voor de lessen dans wordt o.a. de methode “Moet je doen – Dans” als bronnenboek gebruikt. Gymnastiek Lichamelijke opvoeding is erop gericht de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om op een verantwoorde manier deel te nemen aan bewegingsactiviteiten. Niet alleen individueel maar ook in groepsverband. In de kleutergroepen worden de lessen verzorgd in het speellokaal door de eigen leerkracht. Twee keer in de week wordt er een materiaalles gegeven aan de hand van leerlijnen uit de methode “Bewegingsonderwijs in het speellokaal”. Op de andere dagen kan gedacht worden aan tik- en zangspelletjes (spelles). Voor het geven van een deel van de lessen lichamelijke opvoeding is, voor meerdere dagen per week, een vakleerkracht aanwezig. In de groepen 3 t/m 8 wordt gewerkt met de methode “Planmatig Bewegingsonderwijs”. De gymzaal aan de Papelaan is de leslocatie. Techniek Het doel van het vak techniek is de leerlingen bewust te maken van de drie onderdelen: ontwerpen, maken en gebruiken van technische producten. Zowel oude als nieuwe technieken komen aan de orde. De leerlingen maken kennis met constructie, transport, productie en communicatie. Bij ons maakt het vak techniek een geïntegreerd onderdeel uit van het vak natuurkennis. Computeronderwijs In alle groepen zijn meerdere computers aanwezig. De computers worden in alle groepen gebruikt als ondersteuning van het lesprogramma. Ook binnen de remedial-teachinglessen wordt de computer veelvuldig gebruikt. Voor het aanleren van computer-vaardigheden maken wij vanaf groep 4 gebruik van de methode “Basisbits”. |